Veel gestelde vragen

Vraag: Hebben scholen voor speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) zorgplicht? Zijn deze scholen, net als reguliere scholen, verplicht een leerling te plaatsen als er geen toelatingsverklaring is?
 

Antwoord

Scholen voor speciaal onderwijs hebben een zorgplicht voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Scholen voor speciaal onderwijs moeten dus of zelf zorgen voor een passende plek of anders zorgdragen voor een passend aanbod elders. Voor plaatsing in het speciaal onderwijs is een tlv nodig. Indien geen tlv wordt afgegeven, kan leerling niet naar het speciaal onderwijs, maar moet voor een passend aanbod in het regulier onderwijs worden gezorgd. Uitzondering hierop vormt de situatie dat een kind nog niets is ingeschreven op een andere school en er binnen 10 weken nog geen besluit is genomen over de toelating. Het kind moet dan worden ingeschreven op de school van aanmelding, tot het moment dat er wel een besluit is genomen.
 

Vraag: Is er een geschillencommissie voor ouders?
 

Antwoord

Ja, er is een landelijke geschillencommissie (voor po, vo, en (v)so gezamenlijk) die oordeelt bij meningsverschillen over toelating of verwijdering van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en over het ontwikkelingsperspectief. De commissie bestaat uit deskundigen en doet binnen 10 weken uitspraak als een geschil wordt voorgelegd. Bij haar oordeel houdt ze rekening met het schoolondersteuningsprofiel en het ondersteuningsplan. Meer informatie over de geschillencommissie passend onderwijs leest u op www.geschillenpassendonderwijs.nl.

Ouders kunnen bij geschillen over toelating en verwijdering ook bezwaar maken bij de school, een oordeel vragen aan het College voor de Rechten van de Mens of beroep aantekenen bij de rechter. Mocht de ouder na een uitspraak van de geschillencommissie alsnog naar de rechter stappen, dan neemt de rechter het oordeel van de geschillencommissie mee bij de afweging.
 

Vraag: Hoe regelen scholen dat alle kinderen een passende onderwijsplek krijgen?
 

Antwoord

Omdat niet kan worden verwacht dat (reguliere) scholen alle kinderen die worden aangemeld een passend aanbod kunnen bieden, werken scholen regionaal (in een aaneengesloten gebied) samen. Daarvoor zijn samenwerkingsverbanden passend onderwijs (swv’s) voor po en voor vo ingericht. Naast reguliere scholen sluiten ook scholen voor speciaal basisonderwijs (in po), scholen voor praktijkonderwijs (in vo) en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) aan. Cluster 3 is het onderwijs aan kinderen met een verstandelijke, lichamelijke of meervoudige handicap en voor langdurig zieke kinderen. Cluster 4 is onderwijs voor kinderen met ernstige gedrags- of psychiatrische stoornissen.
 

Vraag: Voor welke leerlingen is passend onderwijs?
 

Antwoord

Passend onderwijs gaat over alle leerlingen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het speciaal onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.

In de praktijk gaat het dan vooral over die leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte, een gedragsprobleem of een leerstoornis. In het oude systeem werd het speciaal onderwijs onderverdeeld in 4 clusters.
Na invoering van de Wet passend onderwijs zal het onderwijs in cluster 1(voor blinde en slechtziende leerlingen) en 2 (voor dove en slechthorende leerlingen) nog steeds in een landelijk systeem georganiseerd worden.  
Het cluster 3 (voor leerlingen met een verstandelijke,lichamelijke beperking of chronische ziekte) en 4 (voor leerlingen met gedragsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen of een psychiatrisch probleem) onderwijs gaat na invoering van het passend onderwijs wel deel uit maken van de regionale samenwerkingsverbanden.
 

Vraag: Moet de school van aanmelding elke leerling aannemen?
 

Antwoord

Nee. De school waar een leerling wordt aangemeld, hoeft niet alle leerlingen op de eigen school te plaatsen. Net als in de huidige situatie, moet de school eerst onderzoeken of zij de leerling een passend onderwijsprogramma kan bieden.

Als blijkt dat plaatsing een onevenredige belasting is voor de school, dan moet de school (het bestuur) een andere school vinden die een passend onderwijsaanbod kan bieden en waar het kind ook kan worden geplaatst. De verantwoordelijkheid om een passende plek te vinden op een andere school, is geregeld in de Wet passend onderwijs.

Dit geldt niet voor het (v)so. Bij een rechtstreekse aanmelding moet het (v)so bij het samenwerkingsverband verzoeken om een toelaatbaarheidsverklaring (tlv). Wordt die afgegeven, dan kan de leerling worden ingeschreven bij het (v)so.
Wordt geen tlv afgegeven, dan moet het (v)so een andere school zoeken.
 

Vraag: Is inschrijven bij een school hetzelfde als plaatsing?
 

Antwoord

Nee, ouders melden aan bij de school van hun keuze. School onderzoekt met ouders of er een extra onderwijsbehoefte is. Hier heeft school 6 weken voor. Na die 6 weken moet de school de leerling onderwijs bieden. Na 10 weken moet de leerling (tijdelijk) geplaatst worden.
 

Vraag: Wat is de rol van ouders bij inschrijving bij een school?
 

Antwoord

Ouders zijn pedagogische partner van de school. Een school richt zich op goed overleg met de ouders.Ouders geven informatie over de ondersteuningsbehoefte van hun kind.

Het is de school die in goed overleg met ouders de onderwijsbehoefte van de leerling vaststelt. Het is de school die daarna de afweging maakt of zij als school een passend onderwijs kan bieden.
 

Vraag: Wat gebeurt er wanneer ouders rechtstreeks bij een stedelijke voorziening aankloppen?
   

Antwoord

Dan neemt deze school contact op met de afdeling Toeleiding van Passend Onderwijs Almere. De school vraagt dan (samen met de ouders) de toelaatbaarheidsverklaring aan...

   
Vraag: Wat is de Wet op passend onderwijs?
 

Antwoord

Op 1 augustus 2014 is de Wet op passend onderwijs ingegaan. Scholen hebben de zorgplicht om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Het doel is zo veel mogelijk kinderen dichtbij huis en afgestemd onderwijs te laten volgen. Als het nodig is kunnen kinderen naar het speciaal onderwijs. De ontwikkeling van het kind en de ondersteuning die het daarbij nodig heeft, is zowel in het regulier als in het speciaal onderwijs het uitgangspunt.

De besturen in het regulier en speciaal onderwijs hebben samen de verantwoordelijkheid om voor alle leerlingen (ook de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben) een passend onderwijsaanbod te bieden. Deze samenwerking is onderdeel van de zorgplicht. De samenwerkingsverbanden zorgen voor een dekkend aanbod van ondersteuning met voldoende capaciteit om op die manier tegemoet te komen aan de uiteenlopende onderwijsbehoeften van leerlingen. Om dat te kunnen realiseren werken besturen samen in een regionaal samenwerkingsverband.

Sinds de invoering van de Wet op passend onderwijs, op 1 augustus 2014, zijn de scholen gezamenlijk verantwoordelijk voor het vinden van een onderwijsplek die het best bij een kind past. Op het moment dat ouders hun kind aanmelden op een school, heeft deze school dan ook de zorgplicht om voor dit kind passend onderwijs te regelen.
 

Vraag: Wat doet Passend Onderwijs Almere?
 

Antwoord

Elk kind heeft recht op goed onderwijs. Ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Passend onderwijs is bedoeld om zo veel mogelijk kinderen dichtbij huis onderwijs te laten volgen. Als het nodig is kunnen kinderen naar het speciaal onderwijs. De ontwikkeling van het kind en de ondersteuning die het daarbij nodig heeft, is in het regulier en speciaal onderwijs het uitgangspunt.

Passend Onderwijs Almere is het samenwerkingsverband van alle basisscholen, alle scholen voor voortgezet onderwijs, het MBO en alle speciale scholen in Almere. Ze heeft zich tot doel gesteld om de scholen te begeleiden zodat de school elk kind die ondersteuning en begeleiding kan bieden die het nodig heeft. Dat geldt voor alle leerlingen. Dus zowel voor leerlingen die moeite hebben met leren, als de gemiddelde en de meer- of hoogbegaafde leerlingen. En natuurlijk geldt het ook voor de leerling die een afwijkende onderwijsbehoefte heeft, bijvoorbeeld door een spraak-taal stoornis, langdurige ziekte of de leerling die een specifieke aanpak voor het gedrag nodig heeft.

Alles is erop gericht dat leerlingen zich zo soepel mogelijk en zonder onderbrekingen kunnen ontwikkelen.
Het streven is zoveel mogelijk om binnen een wijk een volledig aanbod aan te bieden.