menu accessible_menu

Toegankelijkheidsopties

language
Cirkel Vierkant Driehoek
Voor professionals

Kenniskaart Taalontwikkeling meertalige leerlingen (NT2) PO

Basis

Elke school voldoet aan de basisondersteuning zoals verwoord in de gezamenlijke afspraken in het beleidsdocument Almeerse Norm Basisondersteuning. 

De themakaarten zijn een handreiking voor scholen om de basis op de thema’s te organiseren, te ontwikkelen en uit te kunnen voeren op school. 

Deze ondersteuningskaart is bedoeld voor de onderwijsprofessionals en geeft een concrete uitwerking van wat de school in de basis kan vormgeven. De kenniskaart beschrijft hoe, met welke inzet van kennis en vaardigheden, de school dit kan doen.  

De ondersteuning richt zich op een ononderbroken ontwikkeling voor alle leerlingen, onder andere door inzet van handelingsgericht werken.  

Het inzetten van deze kaart betreft voor 2025-2026 een pilot. Na een jaar worden de themakaarten geëvalueerd met het veld op praktische uitvoerbaarheid en het al dan formuleren van de norm. Na aanpassingen worden de themakaarten vervolgens vastgesteld.  

Formeel valt dit thema niet onder ‘extra ondersteuning’ zoals gedefinieerd in de wet Passend Onderwijs. 

Schoolbreed

Algemene kennis over meertaligheid en NT2 (Nederlands als tweede taal)

Culturele achtergronden en inzet thuistalen

De (warme) overdracht en niveaubepaling

Gesprekken met leerlingen en ouders

Eerste intake

Een gesprek na 3 weken (tweede intake)

Mogelijke vragen die aan de leerling gesteld kunnen worden:

  • Hoe vind je het in de nieuwe klas?
  • Voel je je al een beetje thuis op school?
  • Wat doe je graag in de klas? (Bijv. tekenen, lezen, rekenen)
  • Met wie speel je graag of werk je graag samen?
  • Wat gaat goed in de klas?
  • Wat vind je moeilijk in de klas? Hoe wil je hierbij geholpen worden?
  • Welke woorden of dingen in de klas begrijp je nog niet zo goed?
  • Heb je hulp nodig bij sommige opdrachten?
  • Heb je vragen over hoe het hier gaat op school?

Mogelijke vragen die aan de ouders gesteld kunnen worden:

  • Hoe ervaart je kind de nieuwe klas?
  • Hoe ervaar je het onderwijs op onze school? Heb je hier vragen over?
  • Wat zegt je kind over school? (bijv. is hij/zij enthousiast, zenuwachtig, blij?)
  • Zijn er dingen die hij/zij moeilijk vindt of waar hij/zij hulp bij nodig heeft?
  • Zijn er dingen die op school nog niet zo duidelijk zijn voor jou of je kind?
  • Hoe gaat het thuis?
  • Welke taal/talen worden thuis gesproken?
  • Zingen of lezen jullie weleens samen (bijv. liedjes, verhaaltjes, boeken)? In welke taal doen jullie dat meestal?
  • Heeft je kind thuis ook toegang tot boeken of materialen in de thuistaal?
  • Wat hoop je dat je kind hier nog leert of waar wil je dat we extra op letten?
  • Zijn er bijzonderheden waar we rekening mee kunnen houden (bijvoorbeeld gewoontes, rituelen, geloof)?
  • Heb je nog vragen voor ons of dingen die je graag wil delen?

Voortgangsgesprekken

  • Het is belangrijk dat je als leerkracht aangeeft dat het normaal is dat de NT2-leerling nog niet hetzelfde Nederlandse taalniveau heeft als zijn/haar klasgenoten. Het is onmogelijk om na één jaar onderwijs op het Taalcentrum Almere of een andere nieuwkomersvoorziening op hetzelfde niveau te zitten als leerlingen met een Nederlandstalige achtergrond. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de leerling op sommige gebieden (tijdelijk) extra hulp of ondersteuning nodig heeft. Ten behoeve van de motivatie is het belangrijk om ook bewust stil te staan bij de sprongen die de leerling op het gebied van Nederlandse taalverwerving heeft gemaakt en deze zichtbaar te maken voor de leerling (bijv. m.b.v. een stappenplan met doelen). De voortgang wordt niet altijd getoetst binnen de reguliere toetsen (denk aan uitspraak, basiswoordenschat, zelfredzaamheid in het Nederlands, pragmatiek, etc.).

Taalstimulerend onderwijs

Taalgebruik leerkracht

  • De leerkracht houdt in het eigen taalgebruik rekening met de Nederlandse taalvaardigheid van de leerling. Bijvoorbeeld door goed te articuleren, informatie indien nodig op een iets andere manier te herhalen, de eigen boodschap waar mogelijk te ondersteunen met beeldmateriaal of gebaren, en het vermijden van moeilijke, abstracte of figuurlijke taal, tenzij dit wordt uitgelegd.
  • Zelfscan taalgebruik leerkracht

Taalaanbod

Taalruimte

Differentiatie en Taalsteun

Taalfeedback

  • De leerkracht geeft feedback op de mondelinge taaluitingen van de leerlingen. Dit kan bijvoorbeeld door positieve bekrachtiging van dat wat de leerling heeft gezegd, de leerling stimuleren door te gaan met praten en het impliciet verbeteren van uitspraken:

Leerling: “Ik heb gisteren goed geslapen, ik was heel moe-er.”
Leerkracht: “Ah, je was heel moe, dus je hebt goed geslapen?”

De leerkracht vermijdt hierbij correctie op het moment dat de leerling nog aan het woord is.

Taal in alle vakken

  • Artikel MeerTaal: Zaakvakonderwijs met focus op taal (Tammes en Ruiter)
  • Voorbeeld van een taaldoel bij WO: ‘Het begrijpen en actief toe kunnen passen van het woord “vervolgens”’. Voorbeeld van een taaldoel bij de rekenles: ‘De leerling benoemt wat een grafiek is en laat dit zien met woorden als “meeste”, “minste”, “evenveel”, “toename”, “afname”.’ Indien mogelijk worden de bijbehorende rekenbegrippen visueel gemaakt en opgehangen in de klas. Let er hierbij op dat het niet alleen de rekenbegrippen betreft die al centraal staan bij het doel van de rekenles vanuit de methode. Het gaat bijvoorbeeld ook om (algemene) begrippen of zinsstructuren die veel voorkomen in een uitleg van een opdracht.
  • Gevisualiseerde rekenbegrippen einddoelen groep 2
  • Gevisualiseerde rekenbegrippen midden/bovenbouw (link volgt)
  • Artikel: Taal en rekenen gaan hand in hand
  • Het is soms best lastig in te schatten welke woorden leerlingen al wel of niet kennen. Om hier toch achter te komen kun je een soort gesloten woordenkistje maken waarin alle kinderen woorden kunnen stoppen die ze niet begrijpen. Gedurende de les bespreek je deze woorden. Omdat het anoniem is werkt het drempelverlagend.
  • Het kan voor de leerling onprettig zijn om steeds klassikaal de vraag te horen of hij/zij nog weet waar de les over gaat. Er zijn manieren om dit te ondervangen, bijvoorbeeld door de leerling dichtbij jou te laten zitten. Zo kun je onopgemerkt observeren of de leerling meekomt en soms even subtiel aanwijzen waar je op dat moment met je instructie bent.

Lezen en voorlezen

Extra aanvullend

Doorlopende taalleerlijn

Verdiepende partnerschap met anderstalige ouders

Suggesties:

  • De school organiseert enkele keren per jaar een ouder-kind-activiteit rond (taal)ontwikkeling waarbij ouders meedoen aan educatieve momenten met hun kind.
  • De school biedt jaarlijks ten minste één ouderbijeenkomst of workshop gericht op ondersteuning van taalstimulering thuis, met aandacht voor meertaligheid.
  • De school biedt laagdrempelige, meertalige communicatiekanalen (mondeling en schriftelijk)
  • De school biedt ouders de gelegenheid hun thuistaal of culturele achtergrond in de klas- of schoolomgeving te delen.
  • Downloads en magazines ‘Thuis in taal’ met veel inspiratie

Hoogbegaafdheid en NT2

Traumasensitief onderwijs