Onderwijsherstelpakket: ongelijkheid en corona

 



Nu de scholen in de tweede lockdown voor de tweede keer gesloten zijn, is er een verschil in de reactie in de omgeving. Wat wel gelijk is aan de eerste schoolsluiting is de enorme impact op bepaalde groepen kinderen. De lockdown heeft een versterkend effect op kansenongelijkheid, die afgelopen jaren toch al steeds groter werd. Het is tijd voor een onderwijsherstelpakket, stelt Hetty Vlug.

Nu er licht is aan het einde van de tunnel (laten we in ieder geval die hoop koesteren), dringt de vraag zich steeds nadrukkelijker op wat voor impact de coronacrisis zal gaan hebben. Die vraag speelt in veel sectoren, maar in ieder geval in het onderwijs, dat gedurende de crisis meer dan ooit in de schijnwerpers is komen te staan.
Wat me eigenlijk het meest is bijgebleven van de eerste periode is dat de waardering voor het onderwijs ineens breed werd uitgemeten. Nu ouders thuis de honneurs moesten waarnemen, werd voor velen duidelijk dat het toch wel echt een vak is. Als het je zelf thuis al zoveel moeite kost om je kinderen bij de les te houden, dan is het eigenlijk een formidabele prestatie dat leerkrachten dat dag in dag uit met een volle klas voor elkaar krijgen.  De vaak razendsnelle omschakeling naar online-onderwijs ervaarden nogal wat ouders als een enorme ondersteuning – ze moesten er simpelweg niet aan denken dat ze zelf de hele dag aan de bak zouden moeten.

In overlevingsstand
Nu we al weer weken in de tweede lockdown zitten en de meeste kinderen opnieuw op afstandsonderwijs zijn aangewezen lijkt dit alles al weer behoorlijk gewoon. De aandacht gaat nu veel meer uit naar de gevolgen die het maandenlang niet naar school kunnen gaan voor kinderen zal hebben. Een grote groep kinderen dreigt op een achterstand te worden gezet die nog maar moeilijk te verhelpen is.  Zonder dat de makers dat konden voorzien speelde de documentaire reeks Klassen daarin een belangrijke rol.  In zes indringende afleveringen werd nog eens duidelijk gemaakt dat het enorm uitmaakt of een gezin klein behuisd is en voortdurend in de overlevingsstand staat of dat het een welvarend gezin betreft met volle inzet van de ouders om hun kinderen alle aandacht en ondersteuning te bieden die zij op weg naar later nodig achten. Maar wat Klassen vooral ook liet zien was hoe belangrijk leerkrachten en mentoren zijn om leerlingen toch op weg te helpen en hen zelfvertrouwen te geven.  En hoe dramatisch de gevolgen kunnen zijn als kinderen wekenlang min of meer op zichzelf en hun thuissituatie zijn aangewezen.
He paradoxale is dat we dat eigenlijk allemaal al heel lang weten. We weten het uit eigen ervaring, want nagenoeg iedere volwassene heeft wel warme herinneringen aan juffen, meesters of leraren die in hun ontwikkeling echt van betekenis zijn geweest. Dus we weten hoe belangrijk onderwijzers kunnen zijn. Maar we weten het ook uit onderzoek. Want sinds de jaren zeventig is er een batterij aan kennis opgebouwd over kansenongelijkheid en het onderwijs. Dat de thuissituatie van kinderen en het opleidingsniveau van ouders een cruciale factor is in onderwijssucces is niets nieuws, zoals we ook weten dat meer aandacht en ondersteuning voor kinderen met een slechtere uitgangspositie ook echt kan helpen om hen kansrijker te maken.

Kansenongelijkheid vergroot
Alleen lijkt het besef daarvan de laatste decennia uit het collectieve bewustzijn te zijn geraakt.  In plaats van onderwijsachterstandsbeleid zijn we gaan spreken over zwakke scholen.  In plaats van het ontdekken van brede kwaliteiten van leerlingen hebben we ze steeds meer langs de meetlat van CITO of andere toetsscores gelegd. In plaats van het uitstellen van levensbepalende onderwijskeuzes hebben we leerlingen steeds eerder gedwongen om zich op hun schoolkeuze voor te bereiden. In plaats van het makkelijker maken voor leerkrachten om volop aandacht te geven aan hun leerlingen en voor hen van betekenis te zijn hebben we ze in relatief grote klassen gedwongen om steeds meer cijferlijsten en prestaties in te vullen om hun kinderen te monitoren.
En nu drukt corona ons met de neus op de feiten. De pandemie heeft de kennis uitvergroot die we latent gemaakt hebben. Door de pandemie dringt het weer tot ons door dat we de afgelopen decennia de kansenongelijkheid in het onderwijs niet hebben verkleind, maar vergroot. Dat geldt al helemaal de laatste 10 jaar.  Door de lockdowns beseffen we weer hoe belangrijk leerkrachten zijn in de ontwikkeling van kinderen en hoe hard we ze nodig hebben om hen hun talenten te laten ontdekken.

Onderwijsherstelpakket
De kunst zal zijn om dat besef nadat we het virus hebben verslagen levend te houden.  Natuurlijk was het de eerste opgave van de coronacrisis om de economie met herstelmaatregelen overeind te houden. De uitdaging die ons te wachten staat is zo nodig nog groter, zeker voor het onderwijs. Want corona heeft ons duidelijk gemaakt dat we het onderwijs tegen beter weten in te lang hebben verwaarloosd. Een onderwijsherstelpakket is dan wel het minste wat we toekomstige generaties verschuldigd zijn.  Dat moet ook een integraal onderdeel zijn van de Verbetermaatregelen van passend onderwijs. Want hoewel onderwijsachterstanden en passend onderwijs verschillende grootheden zijn, is de overeenkomst: investeer in goede meesters, juffen, pedagogische conciërges en mentoren en vernieuw het huisvestingsbeleid door ruimte te maken aan variatie qua omvang van lokalen maar vooral ook qua partners in (de nabijheid van) de school.         

Hetty Vlug, 18-1-2021