Kwetsbaar

Er waren onder deskundigen veel zorgen hoe kwetsbare kinderen uit de Corona-crisis zouden komen, en terecht. Maar grote problemen zijn geen onvermijdelijkheid. Leerkrachten en leerlingen van SO De Bongerd hebben met succes het beste van de periode gemaakt, al is iedereen blij dat ze weer naar school mogen.

Hoe vergaat het kwetsbare kinderen eigenlijk? Dat was niet de eerste vraag die gesteld werd toen half maart de scholen gesloten werden, maar naarmate de lockdown langer duurde drong die vraag zich steeds nadrukkelijker op. De toon werd zorgelijker. Allemaal goed en aardig, dat thuisonderwijs, maar niet iedereen leeft in de omstandigheden om daar ook maar meteen werk van te maken. Niet in alle huizen staan computers. En wat te doen in een computerarm huis waar meerdere kinderen wonen? Bovendien zijn niet alle ouders in staat om hun kinderen adequaat aan het werk te zetten en hebben sommige kinderen erg veel ondersteuning nodig.
Stuiterballen
In sommige gevallen zijn de kinderen niet veilig genoeg omdat ouders totaal overbelast zijn. En dan heb je nog de kinderen zelf: sommigen zijn op school al nauwelijks in toon te houden, hoe zouden die stuiterballen dan thuis in het onderwijsgareel gehouden kunnen worden. Vaak zijn het niet de meest intrinsiek gemotiveerde leerlingen, dus ja… die zouden wel eens flink op achterstand kunnen raken.
Achterstand, onveiligheid, kwetsbaar – de ene na de andere deskundige meldde zich om hun zorgen te uiten en te waarschuwen dat de ongelijkheid wel eens flink zou kunnen toenemen. Toen de scholen op 11 mei weer van het slot gingen was het dan ook de vraag hoe deze groep uit de coronacrisis tevoorschijn zou komen. 
Die vrees is natuurlijk niet ten onrechte. Maar soms verscheen deze wel in de media als een vorm van onvermijdelijkheid, alsof er niets aan te doen zou zijn. Hier spraken de deskundigen hun zorgen uit, alsof de schade pas na heropening van de scholen zou zijn op te meten. Alsof iedereen in de tussentijd stil had gezeten. Dat leek mij nu een vreemde veronderstelling.
Raambezoek
Neem De Bongerd, een speciaal onderwijsschool in Almere. De school biedt zogenaamd cluster 4 onderwijs, primair onderwijs voor kinderen met gedragsproblemen dan wel psychische problematiek. Laten we zeggen een categorie kinderen die je met een gerust hart als kwetsbaar kunt zien. Toen de school op slot moest was dat wel even schrikken, vooral ook omdat de besluitvorming van regeringswege nu ook weer niet zo in elkaar had gezeten dat je je lang op deze sluiting had kunnen voorbereiden. Integendeel, binnen het week verschoof het perspectief van open blijven naar dicht gaan. Of er voldoende computers thuis waren, hoe de thuissituatie er eigenlijk precies uit zag, dat alles was terra incognita.  
Dus begonnen leerkrachten en onderwijsassistenten te bellen. Inventariseerden ze wat er is, spraken ze met ouders. Waar er geen laptops beschikbaar waren, werden ze binnen een week geregeld. Met slechts een enkel kind lukte het niet om contact te krijgen omdat moeder uit angst iedereen afhield, maar met de rest lukte het heel goed, ook al zaten ze bij oma of opa ver weg buiten de stad.  Het contact bestond niet alleen uit frequent bellen, maar ook uit wat al snel raambezoek is gaan heten. De leerkracht zocht de leerlingen thuis op en sprak met ze door het raam. Dat was welbeschouwd eigenlijk een heel aardige ervaring. Leerkrachten ontvangen kinderen en ouders namelijk hoofdzakelijk op school, huisbezoeken zijn zeldzaam geworden. Maar ook al was het een raamcontact, toch leverde dat nuttige informatie op over het kind, over de thuissituatie, de omgeving, de context, eigenlijk heel relevante kennis  om een leerling te kunnen duiden, en in ieder geval ook informatie om te beoordelen welke leerling net iets meer aandacht nodig had. Dat inzicht kregen de leerkrachten ook tijdens de digitale contacten: onwennig maar o zo gewenst namen ze een kijkje in de huiskamers.
Rust en routine
Het regelmatige contact met ouders leverde zelfs een verrassende uitkomst op. Waar de deskundigen het op zichzelf teruggeworpen gezin, overigens nogal eens eenoudergezinnen, als bron van onveiligheid betitelden, beleefden de gezinnen zelf vaak het tegenovergestelde. Ze vonden in de eerste weken van de lock down rust, ze voelden zich niet langer opgejaagd, de druk van langskomende  incassobureaus, hulpverleners, leerplichtambtenaren of andere gezanten van de verzorgingsstaat was (even) verdwenen. Ze mochten weliswaar niet zomaar de buitenwereld in, maar dat de buitenwereld ook niet onverwacht zomaar binnen kwam was wel zo aangenaam.
Daardoor vonden velen, ondanks het feit dat ze daar vaak niet echt voor in de wieg gelegd waren,  toch een soort routine in het begeleiden van hun kinderen in onderwijstaken, waarbij ze de actieve ondersteuning van leerkrachten als zeer behulpzaam hebben ervaren. Dat stelden ze enorm op prijs. En ze spraken vaak hun bewondering uit, want ze ontdekten dat lesgeven toch wel een bijzonder vak is. Want hoe langer het duurde, hoe moeizamer ze het afging. Dat gold zeker voor ouders die wel aan het werk moesten, maar waarvan hun banen niet voorkwamen op de lijst met cruciale beroepen. Daarvoor heeft de school ook ruimhartig opvang geboden, ook al was dat niet conform RIVM-richtlijnen of andere regeringsregels. In zo’n dubbel bestaan: en werken en zorg regelen voor kinderen aan huis, is het heel moeilijk om thuis rust en structuur te organiseren, zeker als er maar een ouder is en als het kind erg veel ondersteuning nodig heeft.
Gewoon rekenen
Zo bewees de school zich terwijl de deuren dicht waren. Daarom was het enthousiasme bij ouders en kinderen groot toen zij op 11 mei zich weer mochten melden op de Bongerd. Het was genoeg geweest. Ook voor de leerkrachten overigens, die met levensgrote letters WELKOM op de ramen hadden geschreven. Negentig procent van de leerlingen was gekomen, een percentage dat ver boven het landelijk gemiddelde lag. De gretigheid lag voor het oprapen. Toen de leerkrachten volgens moderne pedagogische inzichten de les begonnen met de vraag  wat de leerlingen van de coronatijd gevonden hadden, zeiden ze bijna uit een mond: kunnen we niet gewoon gaan rekenen.
  
Hetty Vlug, 16 mei 2020