Doordacht maatwerk: Het beste voor de buitencategorie

Soms komt het voor dat het moeilijk onderscheid te maken is tussen onderwijs aan en zorg voor leerlingen. Dat betreft dan bijvoorbeeld leerlingen met een zeer ernstig meervoudige beperking, waardoor ze aangewezen zijn op ondersteuning, medicatie of verpleging, ook als ze onderwijs volgen. Maar het kan ook gelden voor leerlingen met zulke gedragsproblemen dat onderwijs onmogelijk is als dat niet gekoppeld wordt aan intensieve jeugdhulp.
Die leerlingen vormen natuurlijk niet de  mainstream in het onderwijs. Ze zijn eigenlijk een uitzondering. Het gaat om – pak hem beet – 0,05% van de leerlingen. Maar zeg niet dat het verwaarloosbaar is, want dan nog steeds gaat het om enige duizenden leerlingen, die vragen om een specifiek arrangement, waarin zorginzet en onderwijsdeskundigheid samen moeten komen.

Met andere ogen
Het mooiste zou zijn als die zouden kunnen samenvallen.  Of om in de woorden van het Programma Met Andere Ogen te spreken waarin we met andere ogen kijken en anders (gaan) doen. Een jeugdhulpverlener die ook onderwijsbegeleiding doet, of andersom een docent die kaas gegeten heeft van jeugdhulp. De beste integrale benadering is toch vaak die door een persoon kan worden geboden. Dat geeft rust, vertrouwen, volop aandacht - allemaal bewezen ingrediënten voor een succesvolle interventie.
Helaas is dat in de Nederlandse onderwijs- en zorgverhoudingen nagenoeg ondenkbaar. Onderwijs geven is een vak, jeugdhulp een professie, het aantal mensen dat in beide publieke ambachten over de juiste papieren beschikt is nagenoeg verwaarloosbaar. En zelfs als ze voorradig en inzetbaar zouden zijn is het nog een enorm probleem om hun inzet uit de verschillende financieringsbronnen bij elkaar te krijgen. Daarvoor moet er eerst bepaald worden of het nu meer zorg is, of meer onderwijs, een onderwerp waarover in dit land heel veel mensen heel lange besprekingen kunnen voeren en ingewikkelde financieringsconstructies.  De uitkomst noemen wij onderwijszorgarrangementen. 

Doordacht maatwerk
Dat klinkt als een doordacht soort maatwerk. Maar in de werkelijkheid wordt het tot stand komen daarvan nogal eens overschaduwd door zaken die meer met de bescherming van het beroep of de ‘eigen’ portemonnee te maken hebben dan met de effectiefste oplossing voor een kind dat de pech heeft om in de buitencategorie te zijn beland. De groep vraagt immers om bijzondere oplossingen en combinaties waarbij het beste voor het kind niet belemmerd moet worden door regels die juist niet voor uitzonderlijke situaties ontworpen zijn.
Zo rust het onderwijssysteem op de gedachte dat het geven van onderwijs gebonden is aan een locatie, aan lokalen met  klassen waarin goed opgeleide professionals op een verantwoorde wijze kennis overdragen. Als je dat beeld vasthoudt bij het organiseren van onderwijszorgarrangementen voor een kleine en bijzondere groep leerlingen dan behoeft het geen verbazing dat de vergaderingen daarover lang duren.
Want het wordt lastig als de beste oplossing voor de leerling niet op school maar thuis is. Dan wordt het ingewikkeld om enthousiast te worden over situaties waarin onderwijs in deze categorie ter hand genomen wordt door mensen die niet over de juiste papieren beschikken. Laat staan dat er dan snel overeenstemming wordt bereikt over hoe de begeleiding voor deze groep precies betaald moet gaan worden.

Uitzonderlijke situaties
Vreemd is dat wel. Want in de opleidingen waarin leerkrachten hun kwalificaties voor het onderwijs halen, wordt eigenlijk bijzonder weinig aandacht besteed aan uitzonderlijke situaties. Ze zijn daarvoor eigenlijk niet zonder meer gekwalificeerd, maar die afwezigheid van de juiste skills is geen bezwaar om bedenkingen te uiten over een trend waarin onderwijs in een andere context op een andere wijze door andere professionals wordt gegeven. Dat voelt dan toch als een uitholling van een vak, paradoxaal genoeg in die buitensporige situaties waar het vak zich van zijn minst effectieve kant laat zien. Om nog maar te zwijgen van het tekort aan leerkrachten om überhaupt onderwijs voor deze groepen te realiseren.
Als het een feit is dat ons onderwijssysteem vanwege zijn organisatie zijn eigen buitencategorie leerlingen voortbrengt die niet op de doorsnee manier bediend kunnen worden, dan zouden we ook moeten erkennen dat we deze leerlingen niet bedienen door te doen alsof ze geen buitencategorie zijn. Dat ze maatwerk verdienen dat niet gehinderd wordt door de regels van het systeem dat bewezen heeft dat het niet in staat is om hen te bedienen. Als we met dat besef aan het werk zouden gaan zouden de vergaderingen wel eens een stuk minder lang kunnen duren.  
 
 Hetty Vlug 21-4-2021